Soorten camera's en de verschillen
Camera's zijn er in alle soorten en maten. In het kort een beschrijving per groep. Het is ondoenlijk om in een groep aan te geven welke de beste is.
Aan het einde van deze lijst geven we een aantal punten aan die je kunt meenemen in je afweging.
Soorten camera's
We beginnen met de kleinste camera's. Deze hebben een kleinere sensor. Dat is het plaatje in de camera waar licht opgevangen wordt en wordt omgezet in de afbeelding.
Een kleine sensor betekent dat er minder en/of kleinere vaatjes (pixels) op staan dan op camera's met een grote(re) sensor.
Dit is belangrijk want:
- Hoe kleiner de sensor, hoe groter het scherptebereik (scherptediepte).
Praktisch gezegd: met een kleine camera is altijd alles wel scherp en krijg je alleen een wazige achtergrond als je zeer dicht op je onderwerp staat. - Hoe kleiner de sensor, hoe minder vaatjes er op de sensor passen (en hoe kleiner). Deze vaatjes (pixels) vangen het licht op voor de foto. Dat betekent dat je met een kleine sensor in donkere omstandigheden slechter af bent dan met een grote(re) sensor (in grotere camera's).
Daar staat tegenover: klein, handzaam, goedkoper, lichter, eenvoudig in gebruik
Telefoon
We mogen tegenwoordig de telefoon niet meer uitsluiten als het om camera's gaat. Veel mensen maken alleen nog maar foto's met hun telefoon. De camera's van telefoons worden steeds beter en ingenieuzer. Zo hebben telefoons soms meerdere camera's om de suggestie van een kleine scherptediepte (wazige delen in een foto) te kunnen nabootsen.
Verder is het aantal pixels de laatste jaren omhooggeschoten, zijn er voorzetlenzen voor gemaakt en de beeldschermen beter dan vroeger. De mogelijkheden van apps nemen ook toe, denk aan fotobewerking en HDR om contrastverschillen te overbruggen.
- Voordeel: altijd bij je, makkelijk in gebruik, selfie-stand
- Nadeel: foto's kwalitatief minder dan bij grotere camera's, geen onscherpe voor- of achtergrond mogelijk door kleinere sensor
Compactcamera
Compactcamera's zijn bedoeld voor diegenen die snel een foto willen maken zonder iets in te hoeven stellen. Vandaar dat ze ook wel point-and-shoot camera's genoemd worden.
Ze hebben veel scene - standen (modes), zoals Landschap, Portret, Zonsondergang etc. voor betere resultaten. Helaas zit de camera er ook nog wel eens naast, en valt de foto tegen.
Camera's profiteren van de nieuwste technieken van beeldherkenning. Door situaties te vergelijken met voorgeprogrammeerde situaties, kan de camera de instellingen voor de foto optimaliseren.
Verder is ook het scherpstellen (autofocus) de laatste jaren veel beter geworden. Bovendien herkent de camera gezichten en stelt daar automatisch op scherp.
Het bereik van camera's wisselt. Sommigen hebben een klein bereik; je kunt weinig inzoomen. Bij anderen kun je verder inzoomen. Houd er rekening mee dat in mindere lichtomstandigheden je met veel inzoomen scherpte kan verliezen.
Digitale zoom is anders dan optische zoom. Dat laatste is techniek. Digitale zoom is eigenlijk hetzelfde als achteraf de foto bijsnijden, alleen nu doet de camera dat voor je.
Doe je niets aan fotobewerking, dan heb je hier wat aan. Anders kun je net zo goed zelf achteraf de foto bijsnijden.
Het zoombereik is natuurlijk belangrijk. Het gaat er dan om hoeveel je in beeld krijgt. Bij kleine compactcamera's is dit beperkt, maar het verschilt wel. Bedenk of je het liefst zoveel mogelijk in beeld wilt of juist wat meer wilt kunnen inzoomen.
De flits is ingebouwd in compactcamera's. Het gebruik van een opzetflitser kan meestal niet.
- Voordeel: licht, goedkoop, klein, gebruiksgemak
- Nadeel: foto's in donker vallen tegen, geen onscherpe voor- of achtergrond mogelijk door kleinere sensor, je kunt minder of niets zelf instellen (tenzij je een compactcamera met uitgebreidere mogelijkheden hebt, zie hierna)
Uitgebreide compactcamera's
Er zijn ook compactcamera's waarbij je wel veel zelf kunt instellen. Je vindt dan bijvoorbeeld een wieltje met dezelfde instellingen als op een spiegelreflexcamera terug: P, S (of T), A en M.
Deze staan soms ook in het menu, wat dieper weggestopt.
Ook heb je meerdere scherpstelmogelijkheden. Deze camera's zijn bedoeld voor mensen die weten hoe je een camera instelt. Een aantal van deze camera's heeft ook de mogelijkheid om in RAW te fotograferen.
- Voordeel: licht, klein, je kunt de camera-instellingen aanpassen
- Nadeel: foto's kwalitatief minder dan bij grotere camera's (met name bij weinig licht), geen onscherpe voor- of achtergrond mogelijk door kleinere sensor
ultra zoom compactcamera's
Uitgebreide compactcamera's met heel groot zoombereik kiezen mensen vaak voor als ze op reis gaan. Deze zijn wel groter en zwaarder dan de hierboven beschreven camera's. Ze hebben een vaste lens. En een grotere sensor wat een goede kwaliteit foto oplevert, ook bij minder licht.
Vaak kun je hier wel het een en ander op instellen. Je vindt dan bijvoorbeeld op een wieltje (of dieper in het menu) dezelfde instellingen als op een spiegelreflexcamera terug: P, S (of T), A en M.
- Voordeel: enorm zoombereik, je kunt de camera-instellingen aanpassen, kleiner dan spiegelreflexcamera's, gebruiksgemak
- Nadeel: foto's kwalitatief minder dan bij grotere camera's (met name bij weinig licht), geen verwisselbare lens
systeemcamera's en spiegelreflexcamera's met full frame en met een crop factor*
Bovengenoemde camera's hebben een vaste lens met een bepaald zoombereik. Zo gauw een camera verwisselbare lenzen heeft, maar geen spiegel, heet het een systeemcamera. Naast spiegelreflexcamera's maken systeemcamera's hun opmars. Ze zijn er op alle levels, van de instapcamera tot professionele camera.
Steeds meer mensen stappen over op systeemcamera's. Niet voor de kwaliteit, die is hetzelfde, maar voor het gewicht.
We maken bij deze groep camera's onderscheid op basis van de sensorgrootte. Die is zoals we zagen belangrijk. Hoe groter hoe meer vaatjes of hoe groter de vaatjes kunnen zijn. Dat is een voordeel met licht, zeker ten opzichte van compactcamera's. Maar het belangrijkste verschil is dat je met de grotere sensor van een fullframe camera je meer in beeld krijgt en minder scherptediepte hebt dan bij een crop camera*.
De cropfactor* is een maat voor de sensorgrootte. De sensor van een full frame camera wordt als basis genomen. Het formaat van andere sensors wordt aangeduid met een crop factor, een getal dat aangeeft hoeveel kleiner die is ten opzichte van de sensor van een fullframe camera.
De sensor van een fullframe camera is 36 x 24 mm (zo groot als het vroegere negatief). Op de sensor zitten vaatjes die uiteindelijk de afbeelding vormen. De foto heeft dezelfde verhouding als de sensor, dus 3:2 bij de fullframe camera.
Daarnaast zijn er de - veel of misschien wel meest gebruikte - spiegelreflex en systeemcamera's met een sensor van 22.5 x 15 mm. Dat is een factor 1.6 (Canon APS-C) kleiner. Dat noemen we een cropfactor 1.6, dus afgeleid van fullframe. Er zijn ook veel merken met een cropfactor 1.5 (o.a. Sony, Nikon).
Met een cropcamera maak je beelden die meer ingezoomd zijn dan met een fullframe camera. Deze laatste wordt dan ook graag door landschapsfotografen gebruikt. Vogelspotters of sportfotografen werken liever met een cropcamera, omdat het onderwerp dan groter in beeld komt.
Zie ook de afbeelding: fullframe versus crop en wat je in beeld krijgt in dezelfde situatie
- Voordeel: je kunt de camera zelf instellen, je kunt makkelijk delen van de foto wazig krijgen, diverse kwaliteitslevels tot topsegment (van amateur tot professional)
- Nadeel: groter, zwaarder, duurder
Middenformaat camera
Dit echt een buitenbeentje. Ook qua kosten zal hij voor weinigen weggelegd zijn. De sensor is meer dan 1,5 x zo groot als die van een fullframe camera.
Deze camera geeft daardoor foto's met enorm veel scherpte en detail, perfect ook voor hele grote afdrukken.
Waar kun je op letten bij de aanschaf van een camera?
- Formaat en gewicht
- Sensorgrootte
- Zoombereik - inzoomen (richting telelens)
- Zoombereik - uitzoomen (richting groothoek)
- Zelf de camera instellen of alles automatisch
- Wel of geen verwisselbare lenzen
- Verwisselbare lens: kies je voor één lens of meerdere lenzen
- Schroefdraad voor filters (voorkant lens)
- Mogelijkheid externe flitser te plaatsen
- mogelijkheid in RAW te fotograferen
- Ruisonderdrukking
- Prijs
- Professionele reviews, samples (ook in donker)
Lessen in deze module:
- Soorten camera's en de verschillen
- Soorten (on)scherpte
- Scherpstellen 1 - mogelijkheden en instellingen
- Scherpstellen 2 - stilstaande en langzaam bewegende onderwerpen
- Scherpstellen 3 - snelle onderwerpen en sport
- Werken met de automatische standen (1)
- Werken met de automatische standen (2)
- Wanneer is de belichting volgens de camera juist?
- Lichtmeting
- Corrigeren belichting - eenvoudig door richten
- Corrigeren belichting door aanpassen belichting
- Diafragma (opening)
- Sluitertijd
- ISO waarde
- Belichtingsdriehoek
- Wat is scherptediepte?
- Wat zijn de semi-automatische standen?
- Hoe krijg je een wazige achtergrond?
- Hoe krijg je zoveel mogelijk scherp?
- De praktijk - Werken met f-waarden (1)
- De praktijk - Werken met f-waarden (2)
- De praktijk - Werken met f-waarden (3)
- De praktijk - Werken met f-waarden (4)
- De praktijk: werken met sluitertijden
- De praktijk: werken met korte sluitertijden
- Inbouwflitser (1) - Harder en zachter zetten flits
- Inbouwflitser (2) basisprincipes
- Inbouwflitser (3) - Toepassen in praktijk autostand
- Inbouwflitser (4) - Toepassen in praktijk semi-automatische stand
- Soorten lenzen
- Lens aanschaffen - wat is belangrijk?
- Wat kun je met een standaard zoomlens?
- Wat kun je met een groothoeklens?
- Wat kun je met een telelens?
- Wat kun je met een lens vaste brandpuntsafstand?
- UV en polarisatiefilter
- Witbalans
- Weergaveopties bij terugkijken instellen
- Histogram aflezen