Wil jij leren fotograferen met een Nikon camera?
Gefeliciteerd met je Nikon camera! Waarschijnlijk wil je direct aan de slag om de mooiste (perfecte) plaatjes uit je camera te toveren. Maar wellicht wordt je ook overweldigd door de mogelijkheden en blijf je hangen in de automatische stand (groene blokje).
Wij hebben heel veel lessen in pratische modules om van jouw een betere fotograaf te maken. Voor de beginnende en gevorderde fotograaf. Modules met techniek, creatieve lessen, landschapsfotografie, portretfotografie, compositie, flitstechniek, macro en meer!
Met een voordelig jaarabonnement kun je in je eigen tijd lessen doen en op pad gaan met de opdrachten. Je krijgt van ons feedback en tips, waardoor je je steeds verder ontwikkeld. Zoek je inspiratie? Ook dan hebben we leuke opdrachten!
Hieronder gaan we je alvast op weg helpen met wat knoppen en instellingen van je camera. Het is handig om hier nog eens naar te kijken als je met de technieklessen bezig gaat. Dan kun je e.e.a. makkelijker op je camera vinden!

Fotocursus doen met een Nikon camera
Bij fotograferen is techniek (of de juiste automatische stand) natuurlijk belangrijk. Je wilt immers dat de foto scherp is en niet te licht of te donker.
De techniek leer je bij ons in de beginnerscursus of door de modules over techniek (o.a. Techniek fundamentals) te doen, die gaan nog wat dieper op de stof in.
De gevorderde techniek module en de creatieve module zijn bedoeld voor diegene die al wat meer van de basis kennis. Een mooi vervolg. Daarnaast kun je ook kiezen om veel andere fotografielessen te doen met bijbehorende opdrachten. Van landschap en compositie tot flitsgebruik en portret. Bij ons ben je nooit uitgeleerd!
En met onze feedback, tips en online meetings kun je alles uit jouw camera en uit jezelf halen.

Knoppen en instellingen op de camera
We gaan hier in het kort in op knoppen en instellingen van jouw camera. We moeten een beetje algemeen blijven, want ook tussen Nikon camera's zijn knoppen en instellingen nog wel verschillend.
Hulp bij instellingen op jouw Camera!
Als je onze fotolessen gaat doen, kun je kijken of je de juiste instellingen weet te vinden. Zo niet, dan vraag je het ons gewoon! Wij vinden persoonlijke aandacht en hulp belangrijk en zijn op verschillende manieren goed bereikbaar. Je krijgt meestal snel antwoord op je vraag of probleem.

Buitenkant
Schakelaar voor Live View: Hiermee kun je de live weergave op het LCD-scherm inschakelen.- Wieltjes (voorste en achterste draaiwiel): worden vaak gebruikt om diafragma, sluitertijd en andere instellingen aan te passen.
- MENU: naar alle instellingen
- ISO-knop: Hiermee kun je de ISO-instelling aanpassen.
- I (Info) knop: snelmenu
Playback-knop: Hiermee kun je door de opgenomen foto's bladeren- vergrootglas voor in- en uitzoomen
- prullenbak voor wissen foto's
Menu en snelmenu Info (i)
In het menu kun je vrijwel alle instellingen vinden. Een aantal zal je vaak gebruiken. Daarom is het handig dat er een snelmenu is. Bij Nikon het info-menu, aangegeven met een i. Zo kun je snel aanpassingen doen zonder door het volledige menu te hoeven navigeren.
Nikon camera's hebben ook vaak de mogelijkheid om het i-menu aan te passen, waarin je je eigen lijst met veelgebruikte instellingen kunt maken voor nog snellere toegang.
Wieltje bovenop de camera
Mode Dial (Modusknop): Hiermee kun je de opnamemodus selecteren.
- P (Programma): De camera stelt automatisch de sluitertijd en het diafragma in, maar je hebt controle over andere instellingen.
- S (Sluitertijdvoorkeuze): Hier stel je de gewenste sluitertijd in, en de camera past het diafragma automatisch aan.
- A (Diafragmavoorkeuze): Je kiest het diafragma, en de camera past de sluitertijd automatisch aan.
- M (Handmatig): Je hebt volledige controle over zowel sluitertijd als diafragma.
De automatische stand (meestal groen op het wieltje) betekent dat de camera alles voor je doet. Dat kan goed uitpakken, maar soms helemaal niet. Maar daarom ga je natuurlijk een cursus doen!
De SCN standen (of tekens als hardloper, portret, macro etc. op wieltje) zijn ook geheel automatisch, al dan niet met fotobewerking.
Standen
De P-stand is eigenlijk een automatische stand waarbij je alles kunt aanpassen.
Begin je met de basis cameratechniek, dan begin je bij ons met de A stand. Daarmee kun je bijvoorbeeld zo'n mooie wazige achtergrond krijgen.
Met de S stand kun je juist werken als je met beweging te maken hebt. Het bevriezen van een snel bewegend onderwerp of juist bewegingsonscherpte creëren. Dast is een volgende stap.
De M stand (niet te verwarren met de M bij scherpstellen!) is voor de gevorderde cursist.
De ISO moet je bij veel Nikon camera's in het MENU aanpassen om te switchen tussen AUTO en zelf instellen. Staat de ISO van de AUTO af, dan kun je de waarde in snelmenu (i) aanpassen. Een aantal Nikon camera's heeft een ISO button, die je kunt combineren met draaiwieltjes voor gewenst resultaat.
Knoppen als C1, C2 etc. zijn om bepaalde camera-instellingen die je vaak gebruikt te kunnen opslaan. Onder Fn kun je juist functies toewijzen die handig zijn. Zo kun je de bediening van je camera naar je hand zetten!
Lichtmeting
In het snelmenu vind je ook de lichtmeting, te herkennen aan het teken hiernaast. Je camera meet aan de hand van het aanwezige licht hoeveel licht er nodig is voor een goede foto.
Je kunt echter bepalen hoe hij dat aanwezige licht meet, van matrix (het hele frame), tot alleen op basis van een klein stukje van het frame (spot).
In de technieklessen leggen we uitgebreid uit hoe het werkt. Zo lang je maxtrixmeting of centrumgericht aanhoudt kan er niet zo veel misgaan.
- Matrixmeting: De camera meet het licht over het hele frame.
- Centrumgerichte meting: De camera meet het licht vooral in het midden van het beeld.
- Spotmeting: De camera meet een klein gebied in het midden van het beeld.
Foto lichter of donkerder

Met belichtingscompensatie kun je de automatische belichting aanpassen om de foto lichter of donkerder te krijgen. In onze fotolessen gaan we hier uitgebreid op in: waarom wordt de foto soms te licht of te donker?
Deze belichtingscompensatie kun je gebruiken op de P, Av en Tv stand. Bij de meeste camera's werkt het niet op de automatische (SCN) standen.
Door de +/- knop in te drukken en gelijktijdig aan het draaiwiel achterop je camera te draaien, kun je de foto lichter of donkerder maken. Dat gaat in stops (stapjes). Niet alle Nikon camera's hebben een +/- knop. Dan volstaat meestal draaien aan het wiel. In het snelmenu kun je naar de lichtmeterbalk gaan (pijltjestoets) en dan aan het wieltje op je camera draaien. Heb je touchscreen dan klik je er gewoon op. ![]()
Scherpstellen
Je kunt kiezen of je één, een flexibel punt (of evt. gebied) wilt gebruiken om te focussen. Sommige camera's hebben ook groepen van punten om te selecteren.
Je kunt ook de camera automatisch laten scherpstellen. In dat geval kiest jouw camera wat scherp wordt.
Druk de ontspanknop half in om de camera scherp te laten stellen op het onderwerp. Er klinkt vaak een pieptoon of er verschijnen visuele indicatoren (zoals knipperende lichtpunten) in de zoeker of op het LCD-scherm om aan te geven dat de scherpstelling is vergrendeld.
Handmatige scherpstelling (MF) zul je niet zo vaak gebruiken, maar kan o.a. handig zijn als je met statief werkt en bij macrofotografie. Dit zit in het menu, soms als een schakelaar en vaak ook een schuifje op de lens zelf. Draai aan de scherpstelring op de lens om vervolgens scherp te stellen.
Scherpstel modus
Je ziet naast je scherm of in het Info (i) menu 'AF' staan. Dat is een snelle manier om de zg. focusmodus in te stellen.
Sommige camera's hebben daar een instelring boven op de camera voor. Daarop zie je bijv. S (single), Cl (continue langzaam) Ch (Continue snel)
- AF-S (Single): geschikt voor stilstaande onderwerpen. In deze modus stelt de camera scherp op het geselecteerde autofocuspunt zodra je de ontspanknop half indrukt. Het vergrendelt de scherpstelling zolang je de ontspanknop ingedrukt houdt, zodat je de camera nog een beetje kunt draaien voor de perfecte compositie.
- AF-C (Continuous AF) is geschikt voor bewegende onderwerpen. De camera past voortdurend de scherpstelling aan terwijl het onderwerp beweegt. Handig ook als je heel snel heel veel foto's wilt maken!
- AF-A: soort tussenstand. handig in situaties met zowel stilstaande als bewegende onderwerpen.
Een heel andere manier van focussen is met tracking (via menu). Wanneer je tracking AF gebruikt, stel je scherp op het onderwerp, waarna de camera zorgt dat het geselecteerde onderwerp scherp blijft.
Zelfontspanner en burst
![]()
De camera staat standaard op het maken van één afbeelding per keer ingesteld (Single), S) Burst betekent dat je meerdere foto's snel achter elkaar kunt maken. Heb je ook nog L of H dan verschilt de tussenpoos tussen de foto's van heel kort tot iets langer.
De burstknop vindt je in het snelmenu Info (i). Soms onder een wiel op je camera (afb).
Behalve burst kun je ook voor de zelfontspanner kiezen onder deze modus.
De zelfontspanner is er vaak in 2 en 10 seconden. Leuk als jezelf op de foto wilt, maar ook als je met een statief werkt. Je krijgt dan mooie scherpe foto's omdat je de camera niet beweegt.
Je kunt de zelfontspanner ook combineren met een afstandsbediening en nieuwere camera's met een app op je smartphone.
Live view
Nieuwere camera's hebben een schakelaar voor Live View of een knopje met LV erop. Hiermee kun je de live weergave op het LCD-scherm inschakelen en vaak op het scherm scherpstellen. Je kunt in het menu aangeven of je door scherp te stellen ook meteen de foto maakt. Wil je dit niet dan kun je dit uitzetten: Touch shutter/off.
Heb je een uitklapbaar/kantelbaar scherm dan is live view ook erg handig, denk aan een hele lage foto of juist hoog boven je hoofd.
Doet je live view het niet en heb je het wel op de camera? Dan staat hij waarschijnlijk uit: zie live view settings in menu.
Info knop
Om de informatie van je gemaakte foto in beeld te krijgen, moet je eerst in het menu Weergave-opties aanvinken wat je wilt zien, bijv. histogram, hooglichten etc. Als je daarna via terugkijken afneeldingen op de bovenste pijltjestoets of DISPL bij sommige camera's drukt, loop je door de verschillende weergaven. Je kunt meer of minder informatie in beeld krijgen en zelfs een zwart scherm krijgen (handig bij nachtfotografie).
Zo krijg je bijvoorbeeld met 1x drukken de camera-instellingen (iso, sluitertijd, f-waarde, datum etc.) en druk je nogmaals dan verschijnt meer info totdat je ook een histogram in beeld krijgt. Dat is een ontzettend makkelijk middel om de belichting te controleren. Daar gaan we in onze fotolessen natuurlijk uitgebreid op in!
Je ziet ook wel op je camera een vergrootglas met + en - staan, daarmee kun je inzoomen om je foto beter te bekijken.
Witbalans en raw/jpg
Nog even twee belangrijke items in het snelmenu i. De witbalans (WB) is ook te vinden in het menu. Deze kun je aanpassen aan de omstandigheden (bijvoorbeeld zonlicht, kunstlicht, bewolkt, etc.). Standaard staat hij op auto (AWB), dat gaat vaak goed. Wil je iets 'warmere' foto's, dan kun je bijv. bewolkt of schaduw kiezen.
Waarschijnlijk staat je camera ingesteld op L (groot JPG bestand). Je kunt ook RAW instellen (of beiden), foto's worden dan opgeslagen in het oorspronkelijke formaat foto, NEF bij Nikon. Deze bestanden moet je zelf bewerken en omzetten in jpg. Je kunt echter beter achteraf de kleur aanpassen dan als je in jpg fotografeert. RAW is handig als je handig bent in fotobewerking. De bestanden zijn groter, maar dat is qua fotobewerking juist een pluspunt.
Dit waren in een notendop wat knoppen op je camera uitgelegd. Je leert er mee te werken door aan de slag te gaan met onze lessen en opdrachten. Hoe meer je oefent, hoe makkelijker je alles op je camera weet te vinden.